Babs van der Graaf en Jenny de Vos van Stichting Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen
De gratis voorschool in Zeeuws-Vlaanderen levert niet alleen ontwikkelingswinst op voor jonge kinderen, maar zorgt er ook voor dat meer ouders kunnen werken of studeren. Dat blijkt uit onderzoek van HZ University of Applied Sciences, waarvoor 801 ouders zijn ondervraagd. De uitkomsten komen op een belangrijk moment, want de continuïteit van de financiering van de regeling is nog niet overal in Zeeuws-Vlaanderen gewaarborgd.
De gratis voorschool is een gezamenlijk initiatief van de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen. Alle drie investeren zij in gratis voorschoolse opvang om de ontwikkeling van peuters te stimuleren, kansengelijkheid te vergroten en de leefbaarheid van de regio te versterken.
Uit het onderzoek blijkt dat 74 procent van de ouders gebruikmaakt van de regeling. Bij één op de vijf gezinnen is één of beide ouders sinds de invoering meer gaan werken of studeren. Daarmee draagt de regeling volgens de onderzoekers niet alleen bij aan de ontwikkeling van kinderen, maar ook aan de regionale arbeidsmarkt.
Jenny de Vos, directeur pedagogiek van Stichting Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen, noemt de gratis voorschool dan ook een maatschappelijke én een economische investering.
Kinderen ontwikkelen zich zichtbaar
Vrijwel alle ouders geven aan dat hun kind met plezier naar de voorschool gaat. Meer dan 70 procent ziet vooruitgang op het gebied van taal, motoriek, sociale- en creatieve vaardigheden en zelfstandigheid. Daarnaast noemen ouders de voorschool een goede voorbereiding op de basisschool. Volgens De Vos herkennen pedagogisch medewerkers deze ontwikkeling dagelijks in de groepen
Verschillen tussen gemeenten
Het onderzoek laat ook verschillen zien tussen de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten. In Sluis maakt 88 procent van de ouders gebruik van de gratis voorschool, terwijl dat in Terneuzen 66,5 procent is. Volgens de onderzoekers hangt dat waarschijnlijk samen met de verschillen in het aanbod. In Sluis kunnen kinderen al vanaf twee jaar terecht voor twaalf uur gratis voorschool per week. In Hulst en Terneuzen start het aanbod pas vanaf tweeënhalf jaar en is het aantal gratis uren lager.
Toekomst nog onzeker
Juist nu de positieve effecten zichtbaar zijn, is de toekomst van de regeling nog onzeker. De huidige financiering loopt eind 2026 af en nog niet alle gemeenten hebben besloten of zij het project voortzetten.
Dat terwijl de landelijke plannen voor vrijwel gratis opvang pas in 2029 ingaan. Bovendien geldt die regeling alleen voor werkende ouders, terwijl de gratis voorschool in Zeeuws-Vlaanderen toegankelijk is voor alle gezinnen. Volgens Stichting Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen is dat een belangrijk verschil.
Nog winst te behalen
Hoewel de regeling breed wordt gebruikt, blijkt uit het onderzoek ook dat nog niet alle ouders bekend zijn met het aanbod. Bijna de helft van de ouders die geen gebruikmaakt van de gratis voorschool, weet niet precies wat de voorschool inhoudt of dat deze gratis is. De onderzoekers adviseren daarom om samen met onder meer consultatiebureaus, basisscholen en maatschappelijke organisaties de voorlichting te verbeteren.
Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen verwacht de groeiende vraag naar voorschoolse opvang aan te kunnen. De organisatie investeert daarvoor in stageplaatsen, leerwerktrajecten en opleidingen voor zij-instromers. Tegelijk wijzen zowel ouders als pedagogisch medewerkers erop dat voldoende personeel nodig blijft om de kwaliteit van de opvang te waarborgen.