Niet alleen inwoners maken zich druk over de aanstaande sluiting van de Westerscheldetunnel. Ook het bedrijfsleven ziet flink wat uitdagingen op zich af komen. Erik van Oosten is regiomanager van werkgeversorganisatie VNO-NCW en vertegenwoordigt bedrijven, onderwijs- en zorginstellingen in Zeeland. Hij legt Aan Tafel Bij presentator Marco van Dorst uit wie er volgens hem voorrang moeten krijgen bij het blokrijden.
Tijdens de werkzaamheden zal slechts één tunnelbuis open zijn. Hierdoor kan het verkeer niet tegelijkertijd in beide richtingen rijden. De provincie heeft daarom gekozen voor een systeem van zogenoemd blokrijden: het ene uur rijdt verkeer richting het noorden, het volgende uur richting het zuiden.
Het alternatief zou zijn dat er slechts één rijrichting door de tunnel kan. Dit was voor veel organisaties echt onacceptabel. In dat geval zou verkeer vanuit Zeeuws-Vlaanderen dus om moeten rijden via België.
“Dat zou de regio feitelijk op slot zetten,” zegt Van Oosten. “De route via Antwerpen is nu al druk en er zijn ook werkzaamheden. Dat kan geen standaardalternatief worden.”
Van 30.000 naar 6.000 voertuigen
Dagelijks rijden er zo'n 30.000 voertuigen door de Westerscheldetunnel. Tijdens de werkzaamheden zal dit aantal flink moeten afnemen.
“De capaciteit kan met 70 tot 80 procent verminderen,” legt Van Oosten uit. “Dat betekent dat er misschien nog maar zes- tot achtduizend voertuigen per dag door de tunnel kunnen.”
Reserveringen
Om te bepalen wie er van de tunnel gebruik mag maken wordt er een reserveringssysteem ingevoerd. Maar wie krijgen hier voorrang?
Volgens Van Oosten ligt dit erg ingewikkeld. “Je denkt snel aan zorg en bevoorrading, maar er zijn veel meer situaties. Denk aan fabrieken met ploegendiensten of grote onderhoudsstops waarbij honderden werknemers nodig zijn.”
Hoewel de uitdaging groot is, ziet Van Oosten ook een positieve kant: de samenwerking tussen overheden, bedrijven en organisaties.
“De komende maanden moeten we met z’n allen keihard aan de slag om oplossingen te organiseren. De impact zal groot zijn, maar samen kunnen we proberen Zeeland zo goed mogelijk bereikbaar te houden.”