In maart 2025 ging een flink stuk van de Clingse bossen in vlammen op. Wat overbleef was een kaal landschap met zwartgeblakerde stammen. Nu, een jaar later, blijkt die brand heel veel te hebben opgeleverd: “Er zijn heel veel soorten insecten die op brand afkomen. Sommige van die soorten zijn heel zeldzaam geworden, omdat het bos in Nederland nergens meer mag branden”, legt vrijwilliger beheer en ecologie Lucien Calle uit. En dus zijn er van tientallen kilometers ver bijzondere beestjes en paddenstoelen naar het gebied verhuisd.
Voor landschapsbeheerder Alex Wieland had de brand een enorme impact: “Rook, vuur, dat is heel overweldigend. En je maakt je natuurlijk zorgen om alle dieren die er leven. Dus de eerste dagen was dat zeker schrikken.” Toch zag hij het vooral positief in: “We zagen al snel dat het ook nieuwe kansen zou bieden voor herstel van vegetatie en dieren. We verwachten toen ook al dat er hele bijzondere dieren zouden komen.”
En die verwachtingen zijn helemaal uitgekomen: “Met name kevers die op de brand afkomen en ook verschillende soorten paddenstoelen die aan brand gerelateerd zijn, die, omdat er niet veel bosbranden meer zijn, ook heel zeldzaam geworden zijn. En het is wel heel leuk om te zien dat die dieren en organismen zo’n gebied heel snel kunnen vinden. ”
Vrijwilligers en onderzoekers
Zelf is Wieland vooral in het gebied als er door onderzoekers van de universiteit of vrijwilligers van natuurbeschermingsvereniging de Steltkluut wordt gewerkt. “Het is niet zo dat ik iedere week een uur op zoek ga naar plantjes of diertjes, die tijd ontbreekt me helaas en ook de soortenkennis is best wel specialistisch. Ik let wel op en ik geniet ook wel van nieuwe dingen, maar het is niet dat ik hier uitgebreide tellingen ga doen.”
Farah Coppens en Astrid Peeters zijn degenen die wél maandelijks alle plantjes aan het tellen zijn, als onderdeel van hun (promotie)onderzoek aan de Universiteit Gent: "Na een brand verwacht je vooral pionierssoorten, en dat is hier ook wel gebeurd", legt Peeters uit. Zij heeft dit jaar veel onderzoek gedaan naar de bodem en helpt Coppens die al veel langer met het onderzoek bezig is. Vooralsnog komt er vooral schapenzuring op en dat maakt het tellen wel gemakkelijk: "Het gaat vlot", lacht Coppens. "Het is net een oefening om te zoeken naar waar er géén schapenzuring staat, dus dat is ook wel tof. Nee, het is zeker niet saai", besluit ze.
Zeldzame kevers
Lucien Calle is één van de vrijwilligers beheer en ecologie die vaak in het gebied te vinden is. Zo heeft hij de gele wespenboktor gevonden: “Dat is een soort die in de wijde omgeving op tientallen kilometers nooit is waargenomen en nu hebben we hier een bosbrand gehad en onmiddellijk zijn ze hier. Daarnaast hebben we ook prachtkevers gevonden, dat zijn juweeltjes van kevertjes. Ze zijn vrij klein en we hebben hier drie soorten gevonden, ook die zijn heel zeldzaam en twee soorten hebben wij nooit hier gezien”, vertelt hij enthousiast.
Zuur
Professor Jan Baetens is als verantwoordelijk hoofdonderzoeker niet alleen betrokken bij de Clingse bossen maar komt op nog veel meer brandsites. Hij ziet dat op andere plekken de vegetatie veel sneller teruggroeit dan hier en dat heeft alles te maken met de zuurgraad van de bodem: “Hier hebben we vastgesteld dat de bodem zeer zuur is met een heel lage PH en dat gaat zeker een impact hebben op de beperkte mogelijkheid van bepaalde soorten om zich te vestigen. Finaal gaan die zich wel vestigen, maar dat zal waarschijnlijk veel langer duren.”
Baetens verwacht daarom ook dat pas over een jaar of vijf er echt wat beginnende bomen en struiken te zien zullen zijn in het afgebrande gebied. Vooralsnog kun je dus beter met een vergrootglas op pad om de diverse zeldzame paddenstoelen en insecten te kunnen bewonderen.