De Raad van Toezicht van Stichting VO Zeeuws-Vlaanderen heeft besloten een onderzoek te laten uitvoeren naar de ontstane situatie binnen het Lodewijk College. Aanleiding zijn de zorgen die de afgelopen weken zijn geuit door medewerkers, ouders en andere betrokkenen over de toekomst van de school, de voorgenomen personele krimp en de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van het onderwijs.
De Raad van Toezicht zegt het toezicht te hebben geïntensiveerd en een onafhankelijk onderzoek te starten naar de situatie op en rond de school. Daarbij wordt gekeken naar onder meer de besluitvorming, communicatie, het werkklimaat en de invulling van rollen en verantwoordelijkheden. Ook de bredere vraag hoe goed, breed en dichtbij voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen kan worden gewaarborgd, wordt in het onderzoek meegenomen.
De aankondiging volgt op weken van oplopende spanningen binnen het Lodewijk College. Medewerkers trokken eerder aan de bel over de voorgenomen afbouw van 50,5 fte in de komende twee jaar als gevolg van teruglopende leerlingenaantallen en het wegvallen van tijdelijke subsidies. Personeelsleden uitten daarbij zorgen over de onderwijskwaliteit, de werkdruk en de sociale veiligheid binnen de organisatie.
Begin juni meldde Omroep ZVL al dat de onrust onder medewerkers toenam en dat zowel de algemeen directeur als de schooldirecteur zich hadden ziekgemeld. Om rust te brengen werd oud-schoolleider Eugène Fagg aangesteld als waarnemend directeur tot aan de zomervakantie.
Bestuurder Steven van Nispen van Stichting VO Zeeuws-Vlaanderen stelde eerder dat de zorgen deels voortkomen uit een onvolledig beeld van de financiële en organisatorische opgave waarvoor de school staat. Volgens hem zijn de ontwikkelingen niet onverwacht en blijft het uitgangspunt om de personele aanpassingen zoveel mogelijk via natuurlijk verloop op te vangen. Daarbij benadrukte hij dat een breed en kwalitatief onderwijsaanbod voor Zeeuws-Vlaanderen behouden moet blijven.
De Raad van Toezicht benadrukt nu geen oordeel uit te spreken over personen en niet vooruit te lopen op de uitkomsten van het onderzoek. Zodra de onderzoeksopdracht definitief is vastgesteld en er meer duidelijkheid is over de planning, worden betrokkenen daarover geïnformeerd.