De start van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland kent twee kanten. Enerzijds zijn reizigers erg tevreden, groeit de in april 2026 ingevoerde Flex-dienst in rap tempo en rijden de bussen meestal op tijd. Anderzijds staat de financiële kant stevig onder druk door een onverwachte toename in het Wmo-vervoer. Voor de gemeente Terneuzen betekent dit een extra kostenpost.
Dat blijkt uit een brief van het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad over de stand van zaken van het openbaar en sociaal vervoer in de regio.
Wat gaat er goed?
Sinds de uitrol van Flex door heel Zeeland zijn de ervaringen overwegend positief. De reizigerswaardering is hoog en de punctualiteit is dik in orde. Ook het jeugdzorgvervoer draait financieel keurig binnen de begroting, en de Mobiliteitscentrale zet vol in op slimme, datagedreven aansturing.
Natuurlijk waren er in het begin de nodige 'kinderziektes'. Zo bleek de automatische planner aanvankelijk geen rekening te houden met sanitaire stops voor chauffeurs buiten de reguliere pauzes om, en kost het tijd om alle ingewikkelde Wmo-indicaties goed in te programmeren. Maar de centralepast de systemen continu aan om de bereikbaarheid van Zeeland te verbeteren.
Wmo-vervoer en Flex onder druk
Waar het knelt, is het vraagafhankelijke Wmo-vervoer. In de eerste vier maanden van 2026 bleek het vervoersvolume maar liefst 9,7% hoger uit te vallen dan begroot. Dat komt doordat er meer actieve Wmo-reizigers zijn (+10,7%) en ritten gemiddeld ook nog eens langer duren (+4,3%). Omdat langere ritten lastiger zijn te combineren met andere reizigers, werkt dit relatief duur en inefficiënt. Daarnaast konden de beoogde efficiencyvoordelen nog niet volledig worden waargemaakt, omdat de combinatie van Flex- en Wmo-ritten technisch nog niet optimaal werkt en het vervoer niet overal per 1 januari in alle gemeenten direct beschikbaar was.
Dit alles leidt voor heel 2026 tot een geschatte extra bijdrage van de gemeenten van ruim 1,17 miljoen euro. Voor Terneuzen komt het aandeel op basis van het werkelijke gebruik neer op een extra rekening van € 230.545.
Balans zoeken bij de Flex
Om de kosten van de Flex-diensten in de hand te houden, boog het bestuur zich over verschillende scenario's. Er is gekozen voor een middenweg: een goede balans tussen reizigerstevredenheid, bereikbaarheid en voertuigefficiency. Dit brengt landelijk zo'n 800.000 euro aan extra kosten met zich mee. De Provincie Zeeland neemt hiervan 600.000 euro voor haar rekening, waarna de 13 Zeeuwse gemeenten samen 200.000 euro ophoesten. Voor Terneuzen komt daar nog eens € 23.530 bovenop.
Het college van Terneuzen benadrukt dat zij deze extra uitgaven vooralsnog als eenmalig beschouwen en scherp blijven sturen op het behalen van de geplande efficiencyvoordelen.
Positief kritisch
Ondanks de financiële tegenvallers blijft het college achter de onderliggende visie staan: betere bereikbaarheid voor alle Zeeuwen, waardoor inwoners langer zelfstandig kunnen blijven reizen. Het college onderzoekt momenteel of ze via de Wmo-indicatiestelling zelf extra maatregelen kunnen nemen om de kosten in de toekomst beter te beheersen.