Karien Peerdeman bij het Paulinaschor
Iedere dinsdag rond lunchtijd gaat Karien Peerdeman naar de dijk bij de Paulinapolder. Ze neemt haar lunch mee en kijkt uit over het Paulinaschor en de Westerschelde. Inmiddels doet ze dat niet meer alleen. Tijdens ons bezoek was er een lunchgroep van zeven mensen. Maar achter die wekelijkse afspraak zit een boodschap.
Karien maakt zich zorgen over de mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales naar Terneuzen. De locatie Mosselbanken/Paulinapolder is door het kabinet aangewezen als één van de resterende gebieden die verder worden onderzocht. Een definitieve locatiekeuze is er momenteel nog niet.
Voor Karien gaat het daarbij niet alleen over kernenergie. Het gaat vooral over wat er met het landschap en de natuur gebeurt als de industrie verder oprukt.
Iedere dinsdag naar dezelfde plek
De lunch op dinsdag is bewust eenvoudig. Geen grote demonstratie, geen grote spandoeken en geen luidruchtige actie. Gewoon met een groep mensen op de dijk zitten, eten, praten en kijken.
“Het is een soort stil verzet”, vertelt Karien. Juist dat kleine karakter vindt ze belangrijk.
Voor haar begon het met de vraag wat ze zelf kon doen. “Ik wou wel iets doen en ik denk: ik geef het Paulinaschor een stem.”
De plek waar de groep iedere dinsdag zit, is daarbij veelzeggend. Aan de ene kant de dijk en het achterland, aan de andere kant het schor, de slikken en de Westerschelde. Het gebied lijkt op het eerste gezicht misschien stil en leeg.
“Voor de industrie zijn dit allemaal lege plekken op de kaart” aldus Karien. De discussie over de mogelijke kerncentrales maakt voor Karien de tegenstelling extra groot. “Het geld van de klimaattransitie gaat ook naar de kerncentrale. Dat is toch waanzin?”
Ze kijkt daarbij niet alleen naar de energievoorziening, maar ook naar het grotere plaatje. Volgens haar moeten we zuinig zijn op gebieden die juist bijdragen aan biodiversiteit én aan het klimaat.
Dat laatste krijgt steeds meer aandacht. Schorren en andere getijdengebieden kunnen koolstof opslaan in hun bodem. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat kwelders en schorren belangrijke zogenaamde ecosystemen zijn. Hun vermogen om koolstof vast te leggen kan per oppervlakte-eenheid groter zijn dan dat van veel ecosystemen op het land, al verschilt de daadwerkelijke opslag sterk per gebied en ecosysteem.
Karien vat haar zorg daarom kort samen:
De lunch gaat door
De zeven mensen die op dinsdag op de dijk zitten, weten dat een lunch op zichzelf geen besluit over kerncentrales zal veranderen. Maar daar gaat het volgens Karien ook niet om.
Het gaat erom dat de plek zichtbaar blijft. Dat er mensen zijn die er waarde aan hechten. En dat het Paulinaschor niet alleen wordt bekeken als een stuk grond tussen de Westerschelde en de industrie, maar als natuurgebied met een eigen waarde.
|
Waarom is het Paulinaschor belangrijk? Voor vogels zijn vooral de voedselrijke slikken belangrijk. Daar vinden steltlopers zoals rosse grutto, zilverplevier, bonte strandloper en scholekster voedsel. Het gebied heeft bovendien waarde voor overwinterende en doortrekkende vogels. De schorvegetatie is aangepast aan het zoute water en het getij. Planten als lamsoor, zeeaster en zeeweegbree kunnen hier groeien, terwijl de hogere oeverwallen weer een andere begroeiing kennen. Daar komt de klimaatfunctie bij. Schorren kunnen koolstof uit de atmosfeer en het water vastleggen en opslaan in hun sediment. Onderzoek naar Nederlandse en internationale schorren laat zien dat dergelijke getijdengebieden belangrijke ecosystemen zijn. |