Rijkswaterstaat vernieuwt, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het beheerplan voor Natura 2000-gebied Westerschelde en Saeftinghe. De natuur in de Westerschelde en Saeftinghe staat namelijk onder druk. Het Natura 2000-beheerplan gaat maatregelen beschrijven om leefgebieden van onder andere vogels en zeehonden te herstellen en de natuurkwaliteit te verbeteren.
Omdat het om een heel groot project gaat moet Rijkswaterstaat eerst een uitgebreid milieueffectonderzoek doen. Daarvoor hebben ze advies gevraagd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage. “Het inschatten van langdure milieueffecten is namelijk best ingewikkeld”, legt Daan de Wit, woordvoerder van de Commissie uit. “Wij denken daarom mee met Rijkswaterstaat om een zo goed mogelijk onderzoek te doen, zodat de maatregelen op de lange termijn goed uitpakken.”
Geen rust voor zeehonden
De natuur in de Westerschelde en Saeftinghe staat al een tijd onder druk. Zo neemt door de slechte waterkwaliteit het voedselaanbod voor foeragerende vogels af en worden zeehonden en broedende of rustende vogels verstoord door scheepvaart en waterrecreatie. Daarnaast neemt de natuurkwaliteit af door onder andere inpoldering en de aanleg van de Deltawerken.
Maar dat is toch al tientallen jaren geleden?
“Dat klopt”, zegt Daan de Wit. “Maar veel natuureffecten treden pas op na 50 of 100 jaar. We zien nu bijvoorbeeld dat eb en vloed bijna zijn verdwenen uit de Oosterschelde en Westerschelde. Er vindt daardoor geen zandophoping meer plaats, waardoor zandplaten verdwijnen en vogels en zeehonden geen foerageer- of ligplaats meer hebben. Je kunt die zandplaten kunstmatig creëren met grote machines, maar dan verstoor je de natuur ook weer. Er moeten dus uiteenlopende herstel- en verbeteringsmaatregelen worden bedacht die goed uitpakken op de korte én de langere termijn.”
Door: Annemarie Koppelaar

