Jan Roose, columnist Vliegende Hollander
Omroep ZVLWie Jan Roose spreekt, merkt al snel dat zijn pen gevoed wordt door het dagelijks leven. De columnist, die al zo'n twintig jaar vaste bijdragen levert aan De Vliegende Hollander, heeft een scherp oog voor maatschappelijke eigenaardigheden. Eén specifiek fenomeen zit hem de laatste tijd bijzonder dwars: het structurele onvermogen—of de onwil—om een simpele vraag te beantwoorden.
Ontwijkende politici en makke journalisten
Vooral in Den Haag en Hilversum schuurt het volgens Roose geregeld. Politici lijken tegenwoordig getraind om overal omheen te praten, maar de journalistiek laat steken vallen door dat toe te laten. "Verslaggevers moeten veel beter luisteren en doorvragen," stelt Roose. "Wilfried de Jong is wat dat betreft een verademing; die zegt tenminste eerlijk op televisie: 'Ik krijg geen antwoord op mijn vraag'."
Als voorbeeld noemt hij de terugkerende ophef rondom Schiphol. "Omwonenden klagen over vliegverkeer, maar ze zijn er zelf gaan wonen. Ik heb nog nooit een journalist horen vragen: 'Waarom ben je daar dan gaan wonen?'"
Toch beperkt de frustratie zich niet tot het Haagse; de kwaal dringt door tot op de werkvloer. "Het ergste is als je zakelijk een vraag stelt via e-mail of WhatsApp en je hoort helemaal niets. Of je stelt twee duidelijke vragen in één bericht en krijgt slechts op eentje antwoord. Misschien willen mensen iets niet zeggen, maar dat maakt me juist alleen maar nieuwsgieriger."
‘Ik behruup het nie’
Roose verwerkt zijn verwondering en irritatie steevast in zijn teksten. Naast zijn werk voor De Vliegende Hollander en zijn bijdragen aan twee boeken over bouwbedrijf De Hoop, schrijft hij de dialectcolumn ‘Ik begruup het nie’ in het Axels. Een vak apart, want dialect luistert nauwkeurig in de regio. "Je moet echt naar je eigen luuster'n. Er zit een groot verschil tussen het Axels, Terneuzens en Zaamslags. Elk dorp heeft een eigen klank en woordenschat; dat scheelt ontieglijk veel."
Onderwerpen van de straat
De inspiratie voor zijn verhalen ligt letterlijk op de stoep. Zodra Roose de deur uitstapt, staat zijn observatievermogen aan. "Mijn vrouw waarschuwt mensen weleens: 'Pas op hoor, hij gaat erover schrijven!' Je loopt ergens, er valt je iets kleins op en het begin van een column is geboren."
Zijn volgende stuk zoekt het in alledaagse mijmeringen, bijvoorbeeld tijdens het staren in een wachtkamer. "Dan dwalen mijn gedachten af. Gaat een tandarts zelf weleens naar de tandarts, en heeft die man ook weleens kiespijn? Heeft een automonteur eigenlijk weleens pech langs de weg?" Het zijn precies die schijnbaar simpele vragen waarop Roose, tegen beter weten in, nog altijd hoopt een antwoord te vinden.
Jan Roose was te gast bij de radio-uitzending van Rondje ZVL. Luister hier het gesprek terug: