Grenspark Groot Saeftinghe krijgt vier stuwen om zoet water effectiever in de sloten, en bij de boer te krijgen. Door toenemende droogte hebben landbouwers steeds meer moeite hun gewassen te voorzien van voldoende water. Op deze manier laat de provincie samen met waterschap Scheldestromen onderzoeken hoe dat het beste kan. Een primeur, want nergens in Nederland is dit op deze schaal eerder geprobeerd.
Zoet water is schaars; we moeten er zuinig mee omspringen. In de polders langs de Westerschelde is het grond- en oppervlaktewater vaak brak. Voor zoet water zijn landeigenaren en boeren afhankelijk van regen, maar door klimaatverandering worden de perioden zonder neerslag steeds langer. Daarom is het van belang om te onderzoeken welke maatregelen de beschikbaarheid van zoet water kunnen vergroten. Met behulp van een dubbele stuw hoopt men het brakke water te scheiden.
Waardevolle inzichten
De stuwen die zoet en zout water van elkaar moeten gaan scheiden, worden op vier verschillende plekken in het grenspark geplaatst. "Door deze techniek nu in de praktijk te testen, krijgen we waardevolle inzichten die kunnen bijdragen aan een toekomstbestendig waterbeheer in onze provincie”, aldus Wim van Gorsel, dagelijks bestuurder van waterschap Scheldestromen. De techniek is met testopstellingen op schaal uitgeprobeerd en nu klaar om in het groot uitgetest te worden.
Koplopersmaatregel
De proef zal drie jaar gaan duren. Van Gorsel: "Natuurlijk kijken we ook naar het effect achter de stuwen: neemt daar de verzilting toe omdat we het zoetere water in dit gebied wordt vastgehouden?” De resultaten van de proef zijn niet alleen belangrijk voor Zeeland, maar ook voor de rest van Nederland. De proef wordt ook wel een koplopersmaatregel. genoemd: een maatregel die bijdraagt aan het halen van de doelen voor landbouw, natuur, stikstof, water en klimaat.