De gemeente Terneuzen is de laagst scorende Zeeuwse gemeente als het gaat om de beweegrichtlijn. Slechts 40 procent van de inwoners boven de 18 jaar geeft aan dat ze wekelijks minimaal 150 minuten bewegen. Dat blijkt uit een analyse van thuisstudieplatform Laudius. In Sluis en Hulst wordt niet veel beter gescoord; slechts 43 procent van de inwoners uit de gemeente Hulst haalt het advies en 44 procent van de inwoners van de gemeente Sluis.
De beweegrichtlijn adviseert om wekelijks minstens 150 minuten per week matig intensief te bewegen én minimaal twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten te doen, bijvoorbeeld trainen met gewichten.
Laudius vergeleek de gegevens van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen uit 2016, 2020 en 2024 van GGD’en, het RIVM en het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Hieruit blijkt dat, ondanks de vele overheidcampagnes om mensen aan het bewegen te krijgen, het aantal inwoners dat de richtlijn haalt eerder is gedaald dan gestegen.
In Sluis viel de daling relatief gezien nog mee. Ten opzichte van 2016 is het aantal inwoners die wekelijks meer dan 2,5 uur bewegen met 1,3 procent gedaald. In Terneuzen daalde dat aantal met 12,9 procent en in Hulst met maar liefst 14 procent. En hoewel de vergrijzing een mogelijke verklaring zou kunnen zijn, lijkt het tegendeel waar. 65-plussers zijn de afgelopen 8 jaar namelijk meer gaan bewegen. Landelijk gezien haalde in 2016 36,9% van de ouderen de richtlijn, terwijl dit in 2024 is gestegen naar 41,3%; een toename dus van 11,9%. Kortom, we moeten vaker een rondje wandelen dus.
Door: Annemarie Koppelaar

