De afgelopen weken was in museum Cultuurforum Aardenburg de privécollectie te bewonderen van amateurarcheoloog Rob Rijckaert (1961-2024). “We kijken terug op een succesvolle tentoonstelling waarvoor we ruim 200 bezoekers hebben mogen ontvangen. De reacties van bezoekers waren lovend en berichten in het gastenboek hartverwarmend”, schrijft museummanager Jill Schelleman. Ook curator Paul Blomme is heel tevreden met het resultaat: “Ik kreeg veel positieve reacties op de presentatie van de collectie en aangezien ik er veel tijd in heb gestoken, ben ik daar heel blij mee.”
In december spraken we curator en neef Paul Blomme en beste vriend Peter de Vrieze over Rijckaert, die in de omgeving beter bekend stond als Rakker. Een bijzondere persoonlijkheid die te zien was in een aflevering van Dwars door de Lage Landen. “Dat filmpje hebben we ook laten zien bij de tentoonstelling. In combinatie met de vondsten en de foto’s kreeg je zo een heel mooi beeld van wie Rob was.”
Ook voor het museum was dit nieuw: "Deze tentoonstelling gaf ons de mogelijkheid om amateurarcheologie van een andere kant te laten zien en bezoekers een kijkje te laten nemen in het leven van een bekende stadsgenoot", aldus Schelleman. Er waren dan ook veel bezoekers uit de streek. "Ik heb zelf mijn zoon en zijn vriendin meegenomen. Die gaan natuurlijk niet stilstaan bij elk object, maar vonden het toch wel gaaf hoe alles zo bij elkaar stond", zegt Blomme.
Morgen is de laatste dag dat je een kijkje kunt nemen bij de tijdelijke tentoonstelling. Omdat de ruimte voor andere doeleinden gebruikt wordt, gaat Blomme alles weer netjes opbergen. “Ik heb thuis wel een ruimte waar mijn eigen vondsten staan, maar daar past dit niet zomaar bij. Het meeste zal dus weer in dozen verdwijnen.” Toch hoopt Blomme dat binnenkort de vraag komt of een deel van Rijckaerts collectie ergens opgenomen kan worden in een permanente collectie. “Er zijn wel plannen hier in Cultuurforum Aardenburg maar ik vind het ook prima als bijvoorbeeld een deel van Rijckaert’s vondsten op reis gaan. Het is zonde als alles nu weer jaren opgeborgen blijft.”
Door: Annemarie Koppelaar

